Inloggen?

Inloggen Help

Kader voor ontwikkeling

Om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften en interesses van alle leerlingen, ook de zeer talentvolle, is onderstaand kader ontwikkeld met (denk)vaardigheden. Zo kunnen alle leerlingen zelf doelgericht werken aan hun vaardigheden.

Via het rechtermenu vind je per onderdeel meer informatie en kindgericht geformuleerde doelen en vaardigheden voor ontwikkeling.

Kader voor ontwikkeling (Steenbergen-Penterman & Houkema, 2013)

Kader voor ontwikkeling (Steenbergen-Penterman & Houkema, 2013)
Bewerking van het kader voor verrijking van Steenbergen-Penterman, Dumont, Houkema, Te Boekhorst-Reuver (maart 2012)

Toelichting op het model

 

(Denk)vaardigheid

Waar richt het zich op?

Creatief denken

Het flexibel kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden. Associëren, brainstormen en het bedenken van nieuwe originele dingen en originele oplossingen voor problemen.

Analytisch denken

Het effectief oplossen van problemen door vragen te ontleden in kleinere delen, verbanden leggen en logische conclusies trekken.

Kritisch denken

Het controleren van veronderstellingen en informatie, het vormen en onderbouwen van een mening en kiezen van de meest geschikte oplossing.

Zelfsturing

Het zich verantwoordelijk voelen voor het eigen leerproces door doelen te stellen en ook bij tegenslagen doorzetten.

Zelfinzicht

Het kennen van de eigen sterke en zwakke kanten. Weten waar de eigen interesses liggen, wat ontwikkelpunten zijn en welke doelen nog bereikt moeten worden.

Motivatie

De wil om te weten, te kunnen en te leren. Deze wil kan gebaseerd zijn op eigen behoeften, zelf geformuleerde doelen, beeld over eigen vaardigheden, inclusief ideeën over beloningen en straffen.

Samen leren

Samen met anderen de activiteiten richten op een gemeenschappelijk doel en bijdragen aan het bevorderen van een goede onderlinge sfeer. Het gezamenlijke resultaat op de eerste plaats stellen en zich daarvoor zo goed mogelijk inzetten.

ICT vaardigheden

Het toepassen van digitale middelen om informatie te vinden, te evalueren en te gebruiken, waaronder het ontwikkelen van producten.

Communiceren

Duidelijk maken in begrijpelijke taal van meningen en ideeën van zichzelf en anderen, via vragen stellen, luisteren en feedback geven en ontvangen.

Denken over denken

Het bewust denken over de procesvoortgang en het eigen werk en dit beoordelen op effectiviteit. Uit feedback informatie halen voor toekomstig leren en om doelen bij te stellen.