Inloggen?

Inloggen Help

Op alle scholen expertise over (hoog)begaafdheid

'Zorg dat alle scholen expertise hebben over (hoog)begaafdheid’

(Hoog)begaafdheid is geen vast onderdeel van het curriculum van de lerarenopleidingen. Ook beschikken niet alle scholen over laagdrempelig gespecialiseerde kennis op dit gebied. Dat zou wel het geval moeten zijn, vindt Desirée Houkema. Zij is projectleider ‘(Hoog)begaafdheid en Passend Onderwijs’ bij het Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling (SLO).

‘Hoe eerder je begaafdheidskenmerken herkent, hoe sneller een kind de gewenste begeleiding en ondersteuning krijgt. Je moet dus weten hoe je verrijkend onderwijs biedt. Onderwijs waarin je naar behoefte flexibel kunt inspelen op verschillen tussen leerlingen en ook kenmerken van begaafdheid aanspreekt. Op die manier krijgen begaafde kinderen de kans hun talenten te ontwikkelen.’

Ervaringsdeskundige

Ervaringsdeskundige Houkema, moeder van (hoog)begaafde kinderen, weet als geen ander wat (hoog)begaafdheid kan betekenen. Ze zette zelf ruim tien jaar geleden regionale verrijkingsklassen op. Dat was in een tijd dat er nog maar weinig plusklassen waren in Nederland. En veel minder aandacht voor (hoog)begaafde leerlingen dan nu.

‘Via internet en sociale media is er nu veel meer informatie over te vinden. Steeds meer professionals hebben zich bijvoorbeeld via nascholing gespecialiseerd op dit gebied. Ook weten ouders van (hoog)begaafde kinderen elkaar steeds beter te vinden.’ 

Bewustwording nodig

Toch is de situatie volgens haar nog steeds niet ideaal. ‘Passend onderwijs is goed onderwijs voor alle leerlingen, dus ook voor (hoog)begaafde leerlingen. Maar er wordt nog steeds vaak gedacht zij er vanzelf wel komen. Er is meer bewustwording nodig dat begaafde leerlingen ook extra ondersteuningsbehoeften kunnen hebben.’

Vicieuze cirkel

(Hoog)begaafde kinderen floreren volgens Houkema in een rijke leeromgeving waarin ze op hun niveau worden aangesproken door passende uitdaging. ‘Ongeveer 10 procent van alle leerlingen laat kenmerken zien die op (hoog)begaafdheid kunnen duiden. Naast een sterk ontwikkelingspotentieel beschikken begaafde leerlingen over creërend denkvermogen en een sterke gedrevenheid. Maar dit uit zich niet altijd in excellente prestaties. Daarvoor heb je een stimulerende leeromgeving nodig. En onderwijs dat aansluit op de specifieke behoeften van deze leerlingen.’

Het huidige reguliere onderwijs biedt volgens Houkema vaak nog te weinig uitdaging. ‘Deze kinderen kunnen zo’n twee tot vijf keer sneller leren. En hebben dus minder oefening nodig om iets te beheersen. Veel scholen kunnen er nog niet mee omgaan dat verschillen tussen leerlingen zo groot kunnen zijn.

Uitdaging nodig

Een (hoog)begaafd kind kan zich snel aanpassen aan zijn omgeving. Of juist uitdagend gedrag laten zien als ze niet voldoende uitgedaagd worden. In beide gevallen laat het kind niet zien dat het meer aankan, waardoor de behoefte aan meer uitdaging niet wordt erkend. Hierdoor krijgt het niet het aanbod en de begeleiding die het zou moeten krijgen. De leerling ontwikkelt zo geen effectieve leervaardigheden en kan zijn motivatie verliezen, omdat het niet leert om ergens moeite voor te moeten doen en om hieruit voldoening te ervaren. Zo creëer je een vicieuze cirkel.’

Onderling verschillen

‘Bovendien uit (hoog)begaafdheid zich bij iedere leerling op een andere manier. Daarnaast komen bij (hoog)begaafde kinderen net zo vaak als bij andere kinderen combinaties met leer- of gedragsproblemen voor, zoals bijvoorbeeld dyslexie of autisme.

Tijdige herkenning zorgt dus ook in die gevallen voor een betere begeleiding en ontplooiing van de kwaliteiten van deze kinderen. Ze krijgen in de huidige situatie vaak geen kans om hun talenten verder te ontwikkelen.’

Creativiteit stimuleren

Steeds meer samenwerkingsverbanden, besturen en scholen zien nu in dat (hoog)begaafdheid een belangrijk thema binnen passend onderwijs is. ‘De ideale situatie zou zijn dat alle leraren weten hoe ze kunnen inspelen op kenmerken van begaafdheid. Bijvoorbeeld door bewust creativiteit bij leerlingen te stimuleren en te waarderen. Daarnaast is het belangrijk dat er door flexibel te organiseren makkelijker op niveau en met gelijkgestemden samen geleerd kan worden.

Ook ontwikkelingen als gepersonaliseerd leren en de toenemende aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en talentontwikkeling dragen daaraan bij. Dat geldt dus voor meer kinderen dan alleen begaafde leerlingen. Ook in dit geval geldt dat wat goed is voor ‘the best’ ook goed is voor de rest.’

Tijdelijke interventies

Daarnaast is het volgens Houkema belangrijk dat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden zich realiseren dat er soms tijdelijke interventies nodig zijn. ‘En dat dubbel bijzondere kinderen, begaafde leerlingen met kenmerken van leer- of gedragsproblemen, baat kunnen hebben bij meer rust en structuur. Bijvoorbeeld door hen tijdelijk of langdurig in een aparte setting les te geven in kleinere groepen. Maar dan wel met een aanbod dat past bij het niveau van het kind en met voldoende klasgenoten aan wie ze zich kunnen spiegelen.

Maar het is ook belangrijk om oog te hebben voor de thuissituatie en ouders structureel te betrekken vanuit hun ervaringsdeskundigheid. Ga daarom met ouders van (hoog)begaafde kinderen in gesprek, neem hun inzichten, vragen en zorgen serieus.’ 

Meer informatie

Meer weten? Op deze website van het landelijk Informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling (SLO) vind je onder meer publicaties, hulpmiddelen en leermaterialen.

Redactie SLO
Om te reageren dien je eerst in te loggen.

Heb je nog geen profiel? Registreer dan eerst om een nieuw profiel aan te maken.