Binnen thema: Begaafdheid

Begaafdheid

Ongeveer 10% van alle leerlingen laat kenmerken zien die duiden op (hoog)begaafdheid. Naast een sterk ontwikkelingspotentieel beschikken begaafde leerlingen over creërend denkvermogen en een sterke gedrevenheid. Het is niet vanzelfsprekend dat dit zich ook uit in hoge prestaties op één of meerdere gebieden. Hiervoor is een stimulerende leeromgeving nodig, met onderwijsgevenden die rijk onderwijs vormgeven dat (ook) aansluit bij de specifieke onderwijsbehoeften van deze leerlingen.

Effectieve communicatie

Kansen voor een effectieve communicatie tussen school en ouders:

  • Erken dat er een wezenlijk verschil is tussen school en thuis, wat betreft doelstellingen, taken, situatie en mogelijkheden. Verschil in gedrag thuis en op school is op grond hiervan vaak een realiteit en op zich niet verontrustend.  De overeenkomsten en verschillen samen onderzoeken maakt dat de ouders ervaren dat hun visie er toe doet. 
    Een vragenlijst  kan helpen de verschillen in hoe het kind thuis en op school ervaren wordt, goed in kaart te brengen. Middels doorvragen over de thuissituatie kunnen aanknopingspunten gevonden worden waar de school bij aan kan sluiten (interesses, taakaanpak, kwaliteiten, weten welke aanpak bij de leerling wel of niet werkt).
     
  • Thuis en school zijn beide erg belangrijk in hun lange termijneffect op (hoog)begaafde kinderen. Wanneer zij beide oplossingsgericht samenwerken, komt dit de ontwikkeling van het kind ten goede. Van belang is dat ouders en school elkaar als partners zien.
     
  • Op het moment dat er ontevredenheid is, moeten school en de ouders er beide zorg voor dragen dat zij niet via het kind communiceren. Begaafde kinderen hebben vaak scherpe voelhorens en leggen verbanden tussen wat ze horen en zien. Zo kan het zijn dat zij uit loyaliteit naar ouders en school, zelf steeds minder durven aan te geven.
     
  • Misverstanden, verschillen in verwachtingen en teleurstellingen kunnen meestal worden vermeden door ouders in een vroeg stadium te betrekken en deze betrokkenheid structureel te maken, zowel wat betreft de ontwikkeling van het kind als het functioneren van de school.
     
  • Het zoeken naar oplossingen voor schoolproblemen moet beginnen bij de realiteit van het klaslokaal, op dezelfde manier als de oplossingen voor thuis moeten beginnen bij de realiteit van de thuissituatie. Duidelijk  zijn over wat wel en niet mogelijk is, is essentieel.
     
  • Meld veranderingen aan de ouders, bijvoorbeeld het (tijdelijk) wegvallen van de extra begeleiding.
     
  • Regelmatig contact tussen ouders en leerkrachten is sterk aan te bevelen. Het bevordert het opbouwen van een educatief partnerschap. Het geeft de mogelijkheid informatie uit te wisselen. Het vermindert de kans voor leerkrachten en ouders om door het kind gemanipuleerd te worden.
     
  • Het kan heel verhelderend zijn om het kind doelgericht in een driegesprek te betrekken. Zowel wanneer het kind thuis een ander verhaal dan op school vertelt, als ook om samen een plan te maken.
HomeOnderwijsThema'sProfessionalsScholen & Organisaties